• menu

    Boeren in Flevoland op zoek naar de consument

    In opdracht van Flevo Campus deden Eva Flantua en Amber van Veghel inventariserend onderzoek naar de status van verschillende B2C (business (of: boer) to consumer) initiatieven en hun distributiekanalen in Flevoland. Lees verder voor de eerste resultaten.

    Boeren in Flevoland op zoek naar de consument

    Direct bij de boer kopen

    Kleinschalige, lokale markten zijn in opkomst als alternatief voor het systeem van grootschalige, op efficiëntie gebaseerde voedselproductie en – distributie. Het gaat dan over een verkorting van de keten, over een directe relatie tussen producent en consument. Dit noemen we ook wel business-to-consumer of B2C. De B kan dit geval ook voor ‘boer’ staan.

    Ook Flevoland kent een groeiend aantal initiatieven van directe verkoop, maar aard en omvang daarvan zijn onbekend. De vraag die hier centraal staat is: inventariseer de bestaande verkoop van boeren aan consumenten.

    Naar kleinschaligheid en korte ketens

    Grootschalige en op export gerichte productie heeft tot gevolg dat het voedsel op tafel bij de ruim 200.000 inwoners van Almere maar voor 5 procent uit de regio komt. De gemeente heeft de ambitie om veel meer van het geconsumeerde voedsel uit de regio te betrekken. Dit noodzaakt tot grote veranderingen in zowel productie en consumptie als in distributie- en handelskanalen.

    Zowel boeren, groepen boeren als burgers ontplooien initiatieven voor directe, kleinschalige handel. We gaan hier vooral in op de aanbodzijde, Met de boer als initiatiefnemer. Boeren bieden veelal verse waren aan. Aanbod van een breed assortiment vereist samenwerking, want de meeste boeren produceren zelf een beperkt arsenaal producten.

    Vormen van distributie

    In Flevoland zijn er vier (nieuwe) vormen van distributie door boeren:

    • Op de stoep: boeren met een klein huisje of automaat met producten het begin van hun erf
    • Boerderijwinkel: een winkel op eigen erf, veelal als onderdeel van de boerderij
    • Markt: openbare ontmoetingsplek van boeren en kopers
    • Boerenwebwinkel: online aanbod met thuisbezorging en/of afhalen.

    Soms zijn boeren actief op meerdere manieren. En op (boeren)markten en met een eigen winkel bijvoorbeeld.

    Bij de boer op de stoep
    Dit eenvoudige model van het aanbieden van producten is het meest geschikt als de bedrijven aan doorgaande wegen liggen met voldoende potentiële kopers. Boeren bieden producten los aan in een huisje of onder een afdak, en vertrouwen er op dat kopers het bedrag gepast in het geldkistje of – kluisje deponeren. De automaat is een nieuwe vorm van directe, onbemande verkoop en heeft drie voordelen: aanbod van gekoelde producten zoals vlees, van te voren betalen en het is eenvoudiger voor consumenten. Dat met pin betalen blijken klanten prettig te vinden.

    Dit type aanbieders komt erg veel voor. Ze zijn van allerlei pluimage.

    De (boeren)markt
    Streekmarkten zorgen voor toename van directe verkoop, zowel door boerenfamilies die zelf de kraam bemensen als door derden die bij boeren in de omgeving inkopen. Elke eerste zaterdag van de maand is er bijvoorbeeld in het centrum van Dronten een streekmarkt en de stadsboerderij van Almere kent elke zaterdagochtend een biologische boerenmarkt. In andere dorpen en steden is het aanbod van regionaal geproduceerd voedsel op de markt (nog) gering.

    Boeren geven aan het leuk te vinden op markten te staan. Het biedt ze de mogelijkheid te vertellen over de herkomst van de producten.

    Boerderijwinkels

    Er is in Flevoland een flink aantal boerderijwinkels. Ze verschillen qua grootte, aanbod en omzet. Boerderijwinkel liggen vaak in buitengebied. Het is de vraag hoe bereikbaar die winkels zijn en of er veel bereidheid van consumenten is om daarvoor om te rijden. Ondernemers vergroten de aantrekkelijkheid door ook producten van elders en andere producten aan te bieden. Bovendien proberen boeren van de boerderijwinkel een leuke plek te maken. Van kalfjes aaien tot zelf aardappelen oogsten.

    Boerenwebwinkels

    Webwinkels genieten qua assortiment de beste mogelijkheden omdat ze niet worden begrensd door fysieke ruimte. Dit biedt bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor aanvulling met vers voedsel elders uit de regio, maar ook van buiten de regio en met non-food. Bieden webwinkels de meeste kansen voor breed assortiment, de praktijk in Flevoland leert anders: aanbod van webwinkels is veelal beperkt tot eigen producten, die op bestelling worden opgehaald door consumenten. Boerderijwinkels hebben vaak een breder assortiment.

    Schema: distributiekanalen 

    * Toelichting: Indicatie van distributiekanalen voor directe afzet van de Flevolandse boer aan de consument. Bij deze eerste inventarisatie zijn producenten meegenomen die op de stoep (80) of via de (boeren)markt (14), boerderijwinkel (33) of boerenwebwinkel (18) producten verkopen. Deze gegevens zijn echter niet uitputtend. Soms kennen boeren meerdere distributievormen.

     Krachtenbundeling

    Naast de vier beschreven distributiekanalen zijn er ook samenwerkingsverbanden. Collectieven vormen een gebundelde marktmacht waardoor ze een groter assortiment breder kunnen verspreiden. Zo is er elders in Nederland een boerencoöperatie die verse producten van 18 boeren afzet onder klanten. In Flevoland staan we aan de vooravond van dit soort krachtenbundeling. Het aantal voorbeelden is nog beperkt.

    Burgerinitiatief

    In Flevoland is er ook nog een burgerinitiatief. 20 jaar geleden gestart in Almere om biologische producten uit de buurt aan stadsbewoners te verkopen. Het bedrijf koopt producten als aardappelen en uien via de groothandel, omdat boeren niet zitten te wachten op kleine bestellingen. Zuivel wordt afgenomen van regionale boeren en kasgroenten van lokale telers.

    Samenvatting

    Er zijn in Flevoland vier manieren van verkoop te onderscheiden. Interessant zijn de boerenmarkten en de boerderijwinkels, soms in combinatie met online verkoop met bezorging.
    De meeste direct verkopende boeren in Flevoland vullen het assortiment aan met producten van elders, ook uit het buitenland en met non-food. Meestal is dat gericht op het verkrijgen van een betere concurrentiepositie ten opzichte van de supermarkt. Niettemin blijven de meeste initiatieven vooral kleinschalig.

    Veruit de meeste klanten blijven naast directe inkoop bij boeren immers hun supermarkt bezoeken, zeker als ze het prijsverschil te groot vinden. Het groeiende bewustzijn van het belang van lokale producten wordt dus gecombineerd met het gemak en de lage prijs van supermarkten. Veel initiatieven worstelen daarom met hun businessmodel.