• menu

    Bubbels van de zeebodem

    Flevolandse voedselondernemers doen met steun van Flevo Campus onderzoek naar een beter voedselsysteem. In aanloop naar de MeetUp-dag, op 14 april aanstaande, waarop verschillende van de soms nog lopende onderzoeken online worden besproken, presenteert Flevo Campus een serie interviews met voedselondernemers die een kennisvraag hadden. Met vandaag: Silvia Anthonj over wijn uit de polder.

    Kan je wijn verbouwen in een koud kil kikkerland als Nederland? En dan ook nog eens in die vochtige, tochtige Flevopolder? Gevoelsmatig is dat toch iets meer voor zondoorstoven heuvels van de Provence. Maar voor Silvia Anthonj, wijnproducent in Lelystad, lijdt het antwoord op die vraag geen enkele twijfel: ‘Natúúrlijk kan dat! Er zijn in Flevoland zes commerciële wijngaarden. De eerste bestaat al 20 jaar. En nee, je bent zeker niet de enige die verbaasd is, maar de tijden zijn veranderd.’

    Wat is er dan veranderd?

    ‘De belangrijkste twee oorzaken voor een groeiende wijnproductie in Nederland zijn klimaatverandering en de ontwikkeling van nieuwe rassen. Aan de ene kant is het de afgelopen decennia aanmerkelijk warmer geworden, aan de andere kant is er de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van nieuwe rassen. We hebben hier andere rassen dan in Frankrijk, zelfs andere dan in Limburg. Ik werk met rassen als Hibernal en Souvignier Gris.’

    Niet direct druiven die een belletje doen rinkelen. 

    ‘Het zijn relatief jonge rassen, maar soms toch wel al twintig jaar geleden ontwikkeld. Overal in EU heb je veredelaars. De druiven die hier goed gedijen zijn kruisingen tussen de klassieke rassen en een ‘resistentie partner’. Dat wil zeggen dat ze beter bestand zijn tegen schimmels. Want het klimaat hier leidt wel tot een hogere schimmeldruk.’

    ‘Dat gezegd hebbende, je kunt hier echt pri-ma wijn verbouwen. Ik ben niet afkomstig uit  de agrarische sector; ik zat in de communicatie voor wijnbedrijven. Toen ik tien jaar geleden bezig was met een artikel over wijnbouw en klimaatverandering ging ik op reportage in de toen sterk groeiende Nederlandse wijnteelt. Ik besefte toen dat het over twintig jaar hier qua klimaat veel meer zou lijken op het klimaat dat het destijds  in de Champagne was. Ik dacht: daar moet ik iets mee.’ 

    Dat was dus tien jaar geleden. Vijf jaar geleden begon Antonj – ‘nog redelijk hobbymatig’ – met het verbouwen van een halve hectare nabij Lelystad en afgelopen jaar haalde ze haar eerste oogst binnen. ‘Met dezelfde methode, maar dus wel andere druiven als in de Champagne.’ En: ‘als je weet hoe het moet is het niet moeilijk. Wel heel complex en heel divers. Ieder ras op iedere locatie reageert weer anders.’

    Wat was jouw kennisvraag?

    ‘Samen met zes andere wijngaarden uit Flevoland hebben we een aanvraag gedaan voor een onderzoek naar gisten. Dat zijn micro-organismen die een belangrijke rol spelen in het proces waarin van druiven worden omgezet in wijn. Er zijn verschrikkelijk veel soorten gisten en ze hebben allerlei verschillende effecten. Sommige hebben een effect op de smaak, andere niet. Van de gistsoorten die de smaak beïnvloeden heb je soorten die dat in positieve zin doen, maar er zijn ook soorten die je er echt niet in moet hebben. Die verknallen de smaak totaal.’

    ‘Met de andere Flevolandse wijnproducenten zijn we gaan kijken welke gistsoorten er in de Flevopolder aanwezig zijn. Onderzoekers van onder ander een bekend Duits wijninstituut en Wageningen University & Research zijn bezig gisten te identificeren. We hopen gisten te vinden die typisch zijn voor dit gebied, het gebied van de IJsselmonding noem ik het maar even. Als die er inderdaad blijken te zijn, zullen we in een later stadium bekijken welke effecten ze hebben op de smaak.’

    Wat heb je eraan om dat te weten?

    ‘Heel veel. Kijk: wij weten dat deze wijn bijzonder is. Wie heeft er nu wijn die op de voormalige zeebodem groeit? Zeven meter onder zeeniveau? Dat gebeurt echt nergens anders op de wereld. Alleen in Flevoland. Maar de aanwezigheid van unieke, lokale gisten bewijzen dat deze wijn bijzonder is. Als de gisten daadwerkelijk gevonden worden, kan dat de basis vormen van een zogenaamde BOB: een ‘beschermde oorsprongsbenaming’. Dat betekent dat onze wijn dan een naam krijgt, een imago. Champagne mag alleen in Champagne gemaakt worden omdat het zo’n BOB heeft. Je ziet het ook vaak met kazen: Camembert, Brie etcetera.

    Zo’n BOB is dus goed voor je imago?

    ‘Ja, maar het is meer dan dat. Het is een bevestiging van je terroir. Dat is het geheel van typische omstandigheden die uniek zijn voor de plek waar je wijn teelt en die je wijn zijn eigen karakter geven. Dat gaat dus ook over de bodem, maar zeker niet alleen. De hoeveelheid regen, zon, warmte, de biodiversiteit: alles doet mee.’

    Het onderzoek is dus nog in volle gang. Maar dan toch vast een voorschot: hoe smaakt wijn van de zeebodem?

    ‘Geweldig! In mijn bubbels proef je ziltigheid terug. Je ruikt zeelucht. Een vleugje algen in de groene tonen. Een geweldige combinatie met sushi. Of oesters. In de wijngaard liggen nog steeds schelpen van toen het de bodem van de zee was. Er zit kalk in de bodem. Dat maakt mijn wijn droog, kurkdroog. ‘Zero dosage’ noemen ze dat in de wijnsector; droger kan niet. Maar je proeft wel het fruit. Niet zuur.’

    Meer weten over het ‘terroir van de IJsselmonding’, Flevolandse wijnproductie en de mogelijkheden die een beschermde oorsprongsbenaming voedselproductie kunnen bieden? Tune dan in tijdens de Flevo Campus MeetUp dag op 14 april aanstaande. Bekijk hier het volledige programma en meld je aan.