• menu

    De contouren van een nieuw voedselsysteem

    In de Flevo Campus essaybundel 'Over eten. Het voedselsysteem in woelige tijden' wordt de balans opgemaakt van het voedselsysteem anno 2020: waar staan we, wat hebben we - the hard way, door corona - geleerd en hoe gaan we die lessen gebruiken om de toekomst tegemoet te gaan? Auteurs Michael Pollan, Annia Ciezadlo, Hidde Boersma e.v.a. droegen bij aan de bundel. Exclusief bij Flevo Campus is nu de conclusie van de bundel te lezen, waarin Joris Lohman en Janno Lanjouw de contouren van een nieuw voedselsysteem schetsen.

    Janno Lanjouw

    Janno is voedseljournalist en strategisch programmamaker bij Flevo Campus. Hij stelde de bundel 'Over eten' samen.

    Joris Lohman

    Joris is politicoloog en mede-oprichter van Food Hub. Food Hub is inhoudelijk partner van Flevo Campus en verzorgt de onderwijsprogrammering.

    Hieronder lees je de conclusie van de essaybundel Over eten: het voedselsysteem in woelige tijden. Leestijd: ca. 30 minuten.

    De levende machine en de tand des tijds

    Eigenlijk komt (nadenken over) verbetering van het voedselsysteem neer op het plegen van onderhoud. In de loop van de geschiedenis heeft de mensheid een enorme, levende machine gebouwd, zo groot als de wereld zelf. Die maakt het eten, maar vergt continu onderhoud. Soms vindt een slimmerik iets uit waardoor de machine een stuk efficiënter loopt, soms blijkt een oude versie toch beter of missen we onderdelen. En soms maken delen van de machine er zo’n troep van dat ze moeten worden afgebroken.

    Het is moeilijk om zo’n grote machine aan te passen, en je ziet dan ook dat plannen daartoe vaak algemeen zijn en deadlines ver weg in de toekomst liggen, waardoor je je met geen mogelijkheid kunt voorstellen hoe de wereld er dan uitziet. Iedereen in 2050 te eten geven? Ach ja, tegen die tijd hebben we vast iets bedacht waardoor dat mogelijk is. Ambitieuze doelstellingen met een minder verre deadline worden vaak niet gehaald. ‘Helaas, niet gelukt, maar in 2060!’

    De mensheid heeft een enorme, levende machine gebouwd, zo groot als de wereld zelf

    In de bundel ‘Over eten‘ komen verschillende denkers en doeners aan het woord. Stuk voor stuk schreven ze bijdragen die tot nadenken stemmen en een duidelijke mening bevatten. Bij elkaar vormen die bijdragen een momentopname van de staat van het voedseldebat in 2020. Dat moment is natuurlijk sterk gekleurd door de coronacrisis, die in veel opzichten de zwakheden van onze moderne samenleving heeft blootgelegd. De algemene tendens is dat de zwakkeren het hardst worden getroffen, ook in het voedselsysteem.

    Tegelijkertijd maken crises het mogelijk om buiten bestaande kaders te denken. Alles waarvan we dachten dat het muurvast zat, blijkt ineens te kunnen bewegen. Bewegingen die allang in gang waren gezet, worden door een dergelijke grote crisis opeens versneld en komen vol in de schijnwerpers te staan, al is het in sommige gevallen maar tijdelijk. Het meest in het oog springende voorbeeld is de stormachtige ontwikkeling van de korte keten. De tonnen voedsel die de pas richting horeca of export werd afgesneden, vonden opeens een weg naar monden in de directe omgeving, via voedselhulpboxen van het Rode Kruis, de haute-cuisineboxen van Support Your Locals of bestaande korte-ketenplatforms, die de omzet veelal verdubbelden. Ook de e-commerce nam een enorme vlucht; zo noteerde supermarktketen Albert Heijn een groei van 60 procent van thuisbezorgde boodschappen.

    Het valt natuurlijk te bezien of de bijdragen aan de bundel de tand des tijds zullen doorstaan. Sommige van de ontwikkelingen die de auteurs duiden vormen misschien het begin van een doorbraak. Dan stonden ze hier voor het eerst te lezen. Op andere kijken we over een jaar terug, en dan denken we: O ja, daar zaten we toen nog middenin, wat grappig dat we toen dachten dat …

    Dit tot besluit biedt ons de gelegenheid om een stap terug te doen en een breder perspectief te kiezen: een stuk terug in de tijd en een stuk vooruit in de toekomst. Laten we de periode nemen van de eeuw die in 1950 begon en zal eindigen met de 10 miljard aardbewoners van 2050 om te kijken wat we kunnen zeggen over de ontwikkeling van het mondiale voedselsysteem.

     

    2010: een nieuwe generatie activisten treedt aan

    Toen wij, de samenstellers van deze bundel, ons voor het eerst met voedsel gingen bezighouden, was het 2010: precies een decennium geleden. We behoorden tot een groepje jonge mensen vol idealen, die voedsel hadden ontdekt als hét medium waarmee je het kon hebben over de serieuze onderwerpen van het leven, maar ook over smaak, plezier en gemeenschapszin. Ons groepje bestond vooral uit stedelingen, niet uit boerenzoons of -dochters, andersoortige voedselondernemers of wetenschappers die zich met de thematiek bezighielden. Het bestond vooral uit chef-koks (al dan niet in spe), activistisch ingestelde types en mensen die iets praktisch naast hun studie zochten. Allemaal wilden we iets dóén, iets wat ertoe deed of waarvan we in elk geval het gevoel kregen dat het ertoe deed.

    Het was geen toeval dat de onderwerpen die we agendeerden aansloegen. Overal ter wereld groeide het bewustzijn over de staat van het voedselsysteem. Westerse landen, en een deel van het Aziatische continent, keken met gemengde gevoelens terug op de succesvolle groene revoluties die vanaf het midden van de vorige eeuw miljarden mensen voor het eerst in de geschiedenis hadden verlost van honger en uit de armoede hadden getild. Een waanzinnige prestatie, maar wel ten koste van… ja, van wat eigenlijk niet? Van biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid, een opwarmende aarde en nog enkele onderling met elkaar verbonden thema’s, zonder duidelijke afbakening of prioriteitenlijst.

    Een waanzinnige prestatie, maar ten koste van… ja, van wat eigenlijk niet?

    De delen van de wereld waar de groene revolutie voorlopig aan voorbij was gegaan, waren vooral bezig hun landbouweconomie te ontwikkelen, de productie te verhogen en beleid te maken, terwijl ze intussen probeerden niet dezelfde fouten te maken als de architecten van de groene revolutie. De voedselorganisatie van de Verenigde Naties lanceerde in 2010 een wereldwijde campagne met de vraag ‘Hoe voeden we de 9 miljard in 2050?’ Overheden, boerenorganisaties, ngo’s, het bedrijfsleven én dus een nieuwe generatie voedseldenkers en -doeners stortten zich op het antwoord. Er ontstond een veelheid aan groeperingen, initiatieven en oplossingen, van voedselbewegingen, bewuste bio-consumenten, stadstuinen en agro-ecologie tot hightech groentekassen, het opvoeren van de fotosynthese van planten en de grootschalige toepassing van nieuwe technieken op het gebied van genetica. Er werden papers, routekaarten en blauwdrukken gepubliceerd en boeken volgeschreven.

    2020: de toekomst is allang begonnen

    Intussen is het 2020, een jaartal dat ons tien jaar geleden al aardig als ‘de toekomst’ in de oren klonk. Is de vraag die de voedselorganisatie van de VN stelde al beantwoord? Is er een duidelijke toekomstvisie, bestaat er consensus over de richting die we het voedselsysteem op moeten sturen om alle 9 miljard monden, of inmiddels 10, te voeden en tegelijkertijd de aarde leefbaar te houden?

    Wat ons betreft niet. Het is misschien een illusie om te willen streven naar één, eenduidig toekomstperspectief. Dat zouden politici, maar ook boeren graag willen. Het is ook noodzákelijk om met een ‘groot verhaal’ richting te geven aan overheidsbeleid en aan investeringen die ondernemers kunnen doen. Zo’n groot, gedeeld verhaal is nooit af. Sterker nog, na tien jaar debatteren over de toekomst van ons voedsel zijn we nog niet echt opgeschoten met de ontwikkeling ervan. In het laatste staartje van dit decennium is de polarisatie zelfs toegenomen, niet alleen tussen de denkers over voedsel zelf, ook binnen de landbouwsector zelf, getuige de boerenprotesten en het uit elkaar vallen van het ooit zo eensgezinde boerenblok, en bij het publiek, dat zich in een van de kampen schaart.

    “Een groot, gedeeld verhaal is nooit af”

    Wederzijds begrip wordt met de mond beleden. Ja, de discussie wordt op een hoger niveau gevoerd dan tien jaar geleden, zoals Lenny Vulperhorst laat zien in zijn boek Wat je eet, dat deert (2020), een analyse van de debatten over voedsel die de afgelopen jaren in de Tweede Kamer werden gevoerd. Maar als puntje bij paaltje komt, staan de wereldbeelden van de tovenaar en de profeet, die Charles Mann zo treffend in The Wizard and the Prophet benoemt, nog steeds lijnrecht tegenover elkaar (waarbij de tovenaars geloven dat problemen het beste kunnen worden opgelost met innovatie en techniek en de profeten dat het antwoord besloten ligt in beperking van de consumptiedruk). We kunnen niet tegelijkertijd de voedselproductie intensiveren om meer te produceren én intensiveren om de bodem en de biodiversiteit rust te geven. We kunnen niet alles uit de laatste genetische inzichten halen én niet willen ingrijpen in ‘de natuur’.

    Wat ons betreft komt de visie van Imke de Boer en Evelien den Olde, die in hoofdstuk vijf van de essaybundel ter sprake komt, het dichtst in de buurt van wat het centrale, wenkende perspectief zou kunnen zijn. Die visie is doordacht en doorwrocht, vrij van economische of andere idealen en weet het beste van twee werelden – hightech en high ecology – te combineren. Critici vinden misschien dat de visie iets teveel doorslaat naar de profeten, maar ze is een uitgangspunt waaraan we ons vast kunnen vasthouden. Wat ons betreft is de visie van De Boer en Den Olde het sluitstuk van de discussie van de afgelopen tien jaar, in elk geval voor Nederland. Elke boer, beleidsmaker, ondernemer of consument die een houvast nodig heeft of op zoek is naar een aanlokkelijk vergezicht wordt aangeraden het desbetreffende hoofdstuk te lezen en zich te verdiepen in de volledige visie, die online te vinden is.

    Na tien jaar discussiëren, visies maken en boeken schrijven is het nu tijd voor actie. Daarom volgt hieronder een actielijst om – op basis van de oogst van de afgelopen tien jaar en de voorlopige lessen van de coronacrisis – de komende tien jaar wensen om te zetten in daden. Wat hebben we geleerd en wat moet er gebeuren? We constateren dat de coronacrisis vooral ontwikkelingen heeft versneld die al in gang waren gezet. We identificeren daarom drie bewegingen die volgens ons de komende jaren niet meer te keren zijn en de ontwikkeling van het wereldwijde voedselsysteem gestalte zullen geven.

    1 Heroriëntatie van (internationale) voedselmarkten

    Als het om voedsel gaat, zal er een betere balans komen tussen internationale, nationale en regionale handelsstromen. Geopolitieke ontwikkelingen, waarin niet alleen de Verenigde Staten een almaar minder betrouwbare handelspartner blijken en waarin internationale handelsverdragen steeds moeilijker tot stand komen, zorgen ervoor dat de wereldhandel in voedsel zich sterker gaat regionaliseren. Het gaat dan niet zozeer over de lokale boer op vijftig kilometer afstand, hoewel ook die van die ontwikkeling deel uitmaakt, als wel over grotere regio’s die in staat zijn om op basis van vertrouwen handel met elkaar te drijven. Rusland en China, en ook andere landbouweconomieën, zullen zich meer gaan meer richten op de eigen voedselproductie en daardoor minder afhankelijk worden van geïmporteerd voedsel. Binnen Europa komt een beweging op gang waarin de interne markt meer zal worden afgeschermd van de wereldmarkt. Dat biedt kansen voor de ontwikkeling van (zeer) lokale, regionale en boven-regionale voedselsystemen. Ooit zal dat ook kansen bieden aan de ontwikkeling van een circulaire voedseleconomie, maar daar moeten nog vele hobbels voor worden genomen.

    2 Technologie en digitalisering

    De vraag is niet óf geavanceerde technologie onderdeel zal worden van de toekomst van het voedselsysteem, maar hóé. Er zullen niet alleen drones en hightech landbouwwerktuigen komen, ook de grootschalige toepassing van genetische technieken zal worden doorgezet, en daar zal Europa niet aan ontkomen. Het ‘opvoeren’ van de fotosynthese van planten en de CRISPR-Cas-techniek zijn daar de voorbode van.

    Net als in andere sectoren is de strijd om het eigendom van data losgebarsten. Bedrijven die het beste weten om te gaan met data, hebben goud in handen. Het online verkoopplatform dat uit de bergen data die het verzamelt beter dan jijzelf weet wat je wilt eten en op welk moment van de dag, heeft een enorme voorsprong op de concurrentie. Bedrijven uit de agrosector die data van tienduizenden landbouwbedrijven op de wereld kunnen combineren voor de introductie van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen behoren tot de winnaars van het komende decennium.

    Intensief of natuurinclusief, al deze technieken worden onderdeel van de toolbox van toekomstige voedselproducenten, of dat nu tovenaars zijn of profeten. Digitalisering gaat binnen de komende tien jaar het voedsellandschap onherkenbaar veranderen. Een crisis laat zien hoe snel de maatschappij kan overstappen op thuiswerken en thuis-bestellen. Binnen afzienbare tijd zou de supermarkt in zijn huidige vorm tot het verleden kunnen behoren.

    3 Duurzame ontwikkeling

    Hoewel we tijdens de lockdown ‘winst’ voor de planeet op korte termijn hebben gezien (minder vliegbewegingen, minder verkeer, minder CO2-uitstoot), wordt op de middellange termijn gevreesd voor de impact van de coronacrisis op de doelen voor duurzame ontwikkeling. De ervaring leert dat daar in tijden van economische crisis het eerst op wordt bezuinigd.

    Het is waar dat de klimaatplannen tijdelijk in de koelkast zijn gezet. Maar op de langere termijn bezien is de aandacht voor duurzame ontwikkeling al in de jaren zeventig in gang gezet en oefent die onverminderd druk uit op politiek en bedrijfsleven. Voedselproducenten hebben zichzelf doelstellingen opgelegd, boeren hebben sinds de jaren tachtig al vele maatregelen genomen die de stikstof- en de methaanuitstoot en bijvoorbeeld het antibioticagebruik drastisch hebben verlaagd.

    Het landbouwdebat in de Tweede Kamer, het Europees Parlement en in de vergaderzalen van de Verenigde Naties gaat sinds enkele jaren vrijwel uitsluitend over duurzame ontwikkeling en de laatste tijd vooral over de grenzen waar de landbouw nu tegenaan loopt. Die ontwikkeling zal zich doorzetten en een fundamentele impact hebben op de manier van voedsel produceren. De consument blijft nog achter, maar zal graag overstappen op het kopen van ‘duurzame’ producten zodra de marktomstandigheden veranderen.

    Drie actiepunten

    Door als het ware ‘mee te surfen’ op de dynamiek van de bovengenoemde drie ontwikkelingen ontstaat een handelingsperspectief waardoor de komende tien jaar een daadwerkelijk actieve beweging in het voedselsysteem in gang kan worden gezet. We richten ons met de volgende drie actiepunten niet op een doelgroep in het bijzonder; ze zijn breed interpreteerbaar en inzetbaar. Het ligt voor de hand dat we ons ermee op de politiek richten: sommige dingen, zoals ingrijpen in de markt, kan alleen de overheid. Maar ook bedrijven zijn onderdeel van het systeem en kunnen bijdragen. En vergeet ook niet de invloed van de lezende, pratende, etende en stemmende burger. Ja, we kijken ook ú aan, beste lezer.

     

     1 Omarm de visie van Imke de Boer en Evelien de Olde c.s.

    Laten we de strijdbijl begraven, ecomodernisten, bio-adepten en kringlopers! De visie van Imke de Boer c.s. is nog niet perfect, maar laten we onze energie richten op verbetering en aanscherping ervan in plaats van elkaar om de oren te slaan met alternatieven. Politieke partijen kunnen zich de moeite besparen studiegroepen in te richten om zich te buigen over een unieke voedselvisie. De visie is een verdere uitwerking van het concept ‘kringlooplandbouw’ waar minister Schouten al sinds 2017 het beleid van haar ministerie op baseert. De overheid is daarom al begonnen de fundamentele concepten van het kringlooplandbouwdenken tot leidraad te maken van onderzoeksprogramma’s en beleidsnota’s. De uitwerking van de visie van De Boer c.s. biedt ook op het gebied van consumptie, ruimtelijke ordening, cultuur en maatschappij voldoende richting om een begin te maken met de herinrichting van Nederland voedselland.

     

    2 Grijp in in de voedselmarkt

    Als de coronacrisis iets duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat de rol van de overheid in het sturen van de economie blijvend is veranderd. In hoeverre de crisis het startpunt betekent van een nieuw narratief in het economisch denken, dus of we de keynesiaanse methode om onszelf uit de crisis te investeren voor langere tijd zullen blijven omarmen: de tijd zal het leren.

    Het is wel duidelijk dat de voedselmarkt op dit moment niet de gewenste uitkomsten oplevert, als we kijken naar de povere economische positie van de agrarische sector en naar het onvermogen van de voedingsmiddelenindustrie om te voldoen aan de gezondheids- en duurzaamheidsdoelstellingen die ze zichzelf grotendeels heeft opgelegd. ‘De overheid is geschikter voor een sturende rol dan de markt,’ stelt de Britse Keynes-kenner Robert Skidelsky.

    Economen moeten zich voortdurend afvragen: Wat willen we bereiken? Waar willen we heen? Willen we waarde creëren of welzijn? Want die twee doelen vragen om heel ander beleid. Laten we niet vergeten dat de vorige grote voedseltransitie, na de Tweede Wereldoorlog, primair werd aangejaagd werd door overheidsingrijpen in de voedselmarkt. De staatsinterventie waar Hidde Boersma en Joris Lohman in de essaybundel Over eten voor pleiten, is slechts op hoofdlijnen uitgewerkt. De wereld is complexer en meer geglobaliseerd dan in de jaren vijftig. Toch beschouwen wij ingrijpen in de voedselmarkt, op het schaalniveau van de Europese Unie, als enige oplossing om de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en gezondheid te halen, want de markt doet dat niet uit zichzelf. De sociaal-economische positie van de eerste schakel in de voedselketen, het boerenbedrijf, is een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid. Alleen als we economisch perspectief zaaien voor de boer, kunnen we een beter landschap en duurzaam geproduceerd voedsel oogsten. Wat ons betreft is dit een van de grote opgaven voor de komende tien jaar.

     

    3 Geef elkaar de ruimte

    De komende tien jaar is een hoofdrol weggelegd voor meer initiatief, meer ondernemerschap en meer innovatie. Van vegaslagers tot Kipster-kippen en van Herenboeren tot precisiebemesting met drones, het aantal nieuwe initiatieven is niet meer bij te houden, en dat is geen toeval. In tijden van verandering neemt het aantal nieuwe initiatieven en ondernemers toe.

    Vernieuwing stuit ook op weerstand, zowel in woorden als daden. Juist het succes van het groene-revolutiedenken heeft ervoor gezorgd dat in de afgelopen decennia vooral aan de productiekant naar innovaties werd gezocht. Initiatieven die niet in dat straatje passen, zoals het ontwikkelen van nieuwe dan wel korte ketens, worden door de agrarische sector nog steeds niet echt serieus genomen. Alternatieve businessmodellen halen het vaak ook niet doordat de structuur waarin ze zijn ingebed volgens het oude systeem is ingericht.

    Er zijn al vaker oproepen gedaan om voorbij de polarisatie te komen, om een beleefder, constructiever publiek debat te voeren. Die oproep kan niet vaak genoeg worden herhaald: geef elkaar de ruimte! Laten we onze tijd niet verdoen met het naar beneden praten van ondernemers die de kop boven het maaiveld uitsteken. En laten we aan de andere kant niet elk startend initiatief hoog op het podium zetten en doodknuffelen. De uitdagingen zijn te groot om tijd te verdoen met elkaar vliegen af te vangen. Aan iedereen die de transitie van het voedselsysteem na aan het hart ligt: laten we de crisis ten goede keren en onze wereld en ons voedselsysteem opnieuw opbouwen, waarbij we initiatief toejuichen in plaats van uitjouwen.

    Nog maar drie decennia tot 2050

    We begonnen dit verhaal in 2010. In de afgelopen tien jaar is er ontegenzeggelijk veel op gang gekomen in wat we ‘het voedselsysteem’ noemen. Is er wezenlijk iets veranderd in de manier waarop we consumeren, produceren en ons gedragen?

    Je kunt op verschillende manieren tegen dat decennium aankijken. De gemiddelde consument doet nog steeds boodschappen bij dezelfde supermarkt als tien jaar geleden (met een thuisbezorgde box voor de afwisseling), de gemiddelde boer ploegde voort en de oplossing voor de meest prangende milieuproblemen lijkt verder weg dan ooit. Sprake van ‘de grote transitie’ is er absoluut nog niet.

    Tegelijkertijd: het publieke en politieke debat is voorgoed veranderd. Voedsel staat hoog op elke agenda. Wij durven te beweren dat iedere burger, mede dankzij de boerenprotesten, tegenwoordig bewuster bezig is met voedsel en landbouw, zij het niet per se als hyperbewuste foodie of zelfs maar als rationele consument die de ‘juiste’ keuze maakt. De toekomst van het platteland, de voedselproductie en ons landschap is voor iedereen relevant geworden. Dat is winst ten opzichte van tien jaar geleden. Het politieke debat, en daar zijn de boerenprotesten de graadmeter van, is volledig vastgelopen. Harde keuzes zijn opnieuw doorgeschoven naar de toekomst. En toch zijn er voldoende lichtpuntjes te bespeuren, van hightech voedseloplossingen tot nieuwe maatschappelijke samenwerkingsverbanden, die bij elkaar de zaadjes voor het nieuw te oogsten voedselsysteem kunnen vormen. Door je oogharen kun je de contouren van een nieuw voedselsysteem ontwaren.

    Je las zojuist de conclusie van essaybundel Over eten. Het voedselsysteem in woelige tijden. De bundel verscheen in oktober 2020 bij Uitgeverij Van Gennep/Flevo Campus. Het boek is verkrijgbaar via de bekende kanalen; #supportyourlocals en bestel het bij je lokale boekhandel

    illustraties op deze pagina: Joskaasworst