menu

Interview met wethouder René Peeters

Pionieren is heel gewoon in Almere, meent D66-wethouder René Peeters. Hij kan naar eigen zeggen uren vertellen over de stad waar hij dertig jaar geleden zijn hart aan heeft verpand. Zoveel tijd is er vanwege zijn drukke agenda niet, maar genoeg om hem te ondervragen over zijn visie achter de Flevo Campus en persoonlijke drijfveren.

Laatst zei de 29-jarige zoon van Peeters iets wat hem aan het denken zette. Het ging over de verschillen tussen zijn zoons generatie, de ‘millennials’ en die van hem, en nog een generatie eerder, de ‘babyboomers’. Peeters: ‘Voor ons werd het alleen maar beter en beter, maar voor de jongere generaties is dat niet het geval, die moeten veel flexibeler zijn en staan daarom anders in het leven.’

De nieuwe generatie is zich enorm bewust van duurzaamheid en alles wat met voedsel te maken heeft. ‘Dat beïnvloedt’, zegt Peeters. Niet alleen eet hij geleidelijk minder vlees, ook beleidsmatig trekt hij er conclusies uit, ‘door soms te zeggen: bemoei je er niet zoveel mee.’ Dat deed hij bijvoorbeeld bij de Urban Greeners, een groepje jongeren dat aan het vergroenen van steden werkt en op het Floriadeterrein in Almere een plek voor ‘duurzame innovatie’ bouwt. Als wethouder van onder meer Innovatie, Sport, Onderwijs, Jeugd was hij in 2013 nauw betrokken bij hun opstartfase. Peeters: ‘De Urban Greeners heb ik maximale vrijheid gegeven, dat is nodig om te kunnen innoveren.’

Maar deze losse houding is in het politieke domein ingewikkeld. ‘Daar zijn rechte lijnen belangrijk’, zegt Peeters. Er moet na een bepaalde periode verantwoording afgelegd worden, wat heeft een subsidie opgeleverd? ‘Ik voel me prettig bij onzekerheid, daarom ben ik denk ik wethouder Innovatie’, lacht hij. Ook voor de Flevo Campus geldt dit spanningsveld. ‘Er is een heel serieuze visie maar geen rechte lijn. Er zijn heel veel manieren om de doelen te bereiken.’

Een van die doelen is om meer hoogopgeleiden naar Almere te krijgen. Dat de stad gaat groeien, naar verwachting van 200 duizend naar 400 duizend, is wel zeker. Peeters vindt het belangrijk dat onder deze nieuwkomers meer hoger opgeleiden zitten, en daarom is meer hoger en wetenschappelijk onderwijs nodig. ‘We zijn nu vooral een MBO-opgeleide stad, en een betere balans is belangrijk als vestigingsfactor en ook economisch van belang.’

De wethouder wilde niet zomaar ergens op inzetten maar kijken naar wat past bij dit gebied en de stad. Peeters: ‘Aan de oostkant hebben we metropool Amsterdam en aan de westkant een enorm agrarisch achterland.’ Tegelijkertijd was de gemeente al bezig om van de Floriade meer te gaan maken dan een alleen een tentoonstelling’. De zevende editie van de wereldtuinbouwtentoonstelling staat in het teken van Growing Green Cities. Centraal staan urgente vraagstukken die samenhangen met de wereldwijde verstedelijking, zoals voedselvoorziening, klimaatverandering en energiewinning. De Floriade is een ‘levend lab’: een proeftuin voor onderzoek naar de innovatieve systemen op het gebied van reststromen, waterzuivering, water, mobiliteit, maar bovenal voedselproductie. Peeters: ‘Daardoor groeide langzamerhand het idee om iets te doen met duurzaam voedsel in de stedelijke omgeving, en om op dat gebied internationaal expert te worden.’

Een mooi voorbeeld vindt hij Wetsus in Leeuwarden, een verzamelplek van onderwijs, het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen. ‘Dat is wat wij hier zoeken, maar dan op het gebied van van stedelijke voedselvraagstukken.’ Omdat er op het gebied van voedsel van alles gebeurt, en er al mooie initiatieven zoals FoodValley in Wageningen zijn, moet de Flevo Campus een aanvulling zijn. Peeters: ‘We beogen een internationaal voorbeeld te worden voor hoe je op de intelligentste manier duurzaam met voedsel kunt om gaan in stedelijke gebieden.’

Door de snelle groei van Almere is de ambitie om ook ín de stad voedsel te verbouwen, zoals bij het ontwerp van de stad bedacht was, een beetje op de achtergrond geraakt. Door de Flevo Campus komt dat nu weer terug op de agenda. Peeters ziet Almere als een heel groot laboratorium waar mensen theoretisch dingen kunnen ontdekken, en het meteen in de praktijk kunnen toetsen. Een plek met de denkruimte én de grond. ‘Hier wonen mensen die het experiment niet schuwen en gekke dingen willen doen. Pionieren is hier heel gewoon.’

Een project waar volgens Peeters ‘ongelooflijk interessante dingen gebeuren’ is zelfbouwwijk Oosterwold. De komende twee jaar gaat het aantal mensen dat daar een eigen woning bouwt explosief toenemen, verwacht hij. ‘We hebben als gemeente weinig eisen gesteld, behalve dat mensen een deel van hun kavel aan stadslandbouw moeten besteden.’ De wijk trekt allerlei verschillende types aan, met als gemene deler dat ze een pioniersgeest hebben. Peeters: ‘Zo is er iemand die in opgeknapte zeecontainers gaat wonen, iemand die bezig is een soort boerenmarkt op te richten waar alle bewoners hun producten kunnen verkopen en zelfs iemand die remigreerde vanuit Frankrijk, om in Oosterwold te kunnen realiseren wat daar niet lukte.’ Een aantal mensen bouwt een extra plek voor hun ouders zodat deze op bejaarde leeftijd dichtbij wonen. Een mooie oplossing voor de vergrijzing, denkt Peeters. Zelf heeft hij er eigenlijk nog niet over nagedacht om er te gaan wonen, maar hij sluit niks uit. ‘Ik heb in elk geval mijn oudste zoon aangeraden, die is erg van de permacultuur.

Peeters gelooft in het geven van vrijheid om bewoners zelf dingen te laten doen. Op die manier betrek je mensen en kan ook de kloof tussen politiek en bewoners beter worden overbrugd. Als voorbeeld geeft hij het voedselbos dat bewoners zelf hebben aangelegd in de Sieradenbuurt. Peeters: ‘Dit is helemaal door de bewoners zelf gedaan, het enige wat wij hebben gedaan is zorgen voor een uitleenambtenaar.’ Dat is een soort intellectuele wegwijzer in het stadshuis, legt hij uit, iemand die precies weet bij wie je met vragen moet zijn omdat dat voor bewoners zelf vaak lastig is.

Hij weet dat Almere bij veel mensen niet zo’n goede naam heeft. ‘Er is niemand die zegt: ik ga even een weekendje Almere doen. Maar ik heb geleerd dat je imago niet kan forceren. Wij moeten gewoon onszelf zijn en de mogelijkheden gebruiken die dit gebied en deze stad heeft.’ Zelf woont Peeters hier al ruim 29 jaar. Het is de stad van wat hij de ‘langelijnsporten’ noemt. ‘Ik weet dat het een niet-bestaand woord is, maar ik hou van fietsen, hardlopen, zeilen, surfen en zwemmen. Daar is dit gebied perfect voor. Waar je ook woont, je zit echt in tien-vijftien minuten in de bossen. Wie weet dat? Nou ja, het maakt ook niks uit, ze komen er wel achter.’

Interview door Felicia Alberding
Alle foto’s zijn van Maarten Delobel