menu

‘Ik ben de Flevo Campus’: Esther Veen en Iris Rijnaarts

Op een innovatieve verzamelplek voor kennis over voedsel als de Flevo Campus kan het onderzoek van Esther Veen en Iris Rijnaarts niet ontbreken. De wetenschappers uit Wageningen vermoeden dat mensen met kanker baat hebben in het herstelproces wanneer ze actief gaan tuinieren. Dit voorjaar ging de pilot van het onderzoek Healing Gardens van start in het Parkhuys in Almere.

Eerst maar eens even een vooroordeel over Wageningers uit de wereld helpen: de tijd van de ribbroek met wijde pijpen en geitenwollensokken is voorbij. Veen en Rijnaarts moeten wel om dat alternatieve imago lachen. Ze weten dat hun onderzoeksgebied inmiddels enorm in de belangstelling staat bij een breed publiek. ‘Bezig zijn met eten en tuinieren is hip’, zegt Esther Veen. ‘Als socioloog vind ik het interessant om te weten hoe dat komt, en ook de relatie die stadsmensen hebben met het platteland vind ik boeiend.’ In 2015 promoveerde Veen met een onderzoek naar de sociale effecten van stadslandbouw. Ze ontdekte onder meer dat tuinieren in een buurttuin de drempel verlaagt om een praatje te maken met medetuinders en dat buurtbewoners erdoor makkelijker bij elkaar aankloppen als ze hulp nodig hebben.

Maar wat als tuinieren niet alleen gezonde groente en een leuk gesprek opleveren, maar ook medisch iets kan bijdragen, zoals bijvoorbeeld aan de conditie van herstellende kankerpatiënten? Onderzoekers in de Verenigde Staten ontdekten positieve effecten bij borstkankerpatiënten: door te tuinieren gingen ze meer groente en fruit eten en werden ze sterker in hun spieren. ‘Het is lastig om de VS met Nederland te vergelijken,’ vertelt Veen, ‘bijvoorbeeld alleen al omdat mensen hier veel fietsen.’ Dus wilde hoofdonderzoeker en Principal Investigator bij AMS Institute Professor Ellen Kampman van de leerstoelgroep Humane Voeding het onderzoek graag in Nederland doen, met verschillende kankerpatiënten, en door er een sociaal aspect aan toe te voegen. ‘Niet voor iedereen werkt een praatgroep, maar social support hoort wel bij het verwerken van een ziekte’, denkt Veen. ‘Ik weet uit mijn eerdere onderzoek dat tuinieren het makkelijk maakt om over privédingen te praten, en ook dat het oké is als je gewoon even stil bent. Mijn onderzoek richt zich dus met name op de vraag of het meerwaarde heeft om met lotgenoten samen te tuinieren. Maakt het mensen hun hoofd leeg? Helpt het ze omgaan met stress?’

Samen met onderzoeker Iris Rijnaarts kreeg Veen ruimte om het project vorm te geven en een financieringsaanvraag te doen. Als die financiering er komt, gaat het onderzoek in 2019 van start. ‘Om vooronderzoek te doen zijn we gestart met een pilot’, vertelt Veen. ‘Ook omdat het allemaal nieuw is, en we zo de kinderziektes eruit kunnen halen.’ Een van die kinderziektes is heel praktisch: een dag in de week vinden dat de groep kan samenkomen. In de tuin van het Parkhuys wordt zowel in hoge als lage bakken groente en fruit verbouwd. Dat is omdat voor sommige deelnemers constant bukken te zwaar is, legt Rijnaarts uit. ‘Je moet er rekening mee houden dat niet iedereen even goed kan bukken. Alles wat we nu doen is dus handig om te weten voor het grotere onderzoek.’

Rijnaarts richt zich op de fysieke kant van het onderzoek. ‘Er is onderzoek waaruit blijkt dat als je kanker hebt gehad, je meer risico hebt op bijvoorbeeld diabetes of hart- en vaatziekten’, vertelt ze. ‘Het is dus voor deze groep nog belangrijker om gezond te leven.’ Door stage-ervaring in het ziekenhuis weet ze dat gezonde voeding en genoeg bewegen lastige dingen zijn wanneer je ziek of herstellend bent. ‘Je hoofd staat naar andere dingen. Mensen met een andere ziekte, zoals diabetes, worden vaak wel actief begeleid op het gebied van eten, maar kankerpatiënten vallen na hun behandeling soms een beetje in een gat.’ Er zijn richtlijnen voor bewegen en het eten van genoeg groente en fruit, maar uit cijfers blijkt dat nog geen 25 procent erin slaagt om aan daaraan te voldoen.

En dat is waar tuinieren in een moestuin misschien uitkomst kan bieden. Veen: ‘Wie heeft er nou zin in om naar de sportschool te gaan wanneer hij of zij net genezen is van kanker?’ De hypothese is dat mensen beter iets kunnen doen wat ze leuk vinden, en op die manier makkelijker aan de richtlijn voor bewegen komen. ‘Mensen die net ziek zijn geweest, moeten ook een beetje lief zijn voor zichzelf. En tuinieren kost ook lichamelijke inspanning.’

Rijnaarts voegt toe dat er al bewijs is dat bewegen na een ziekte als kanker gezond is, maar dat eerder onderzoek in de fitnesszaal gedaan is. ‘Na twaalf weken, toen de studie voorbij was, gingen mensen de gymzaal niet meer in. Dit onderzoek moet echt een verandering in levensstijl teweegbrengen.’ Veen: ‘We weten dat tuinieren leidt tot bewegen en meer eten van groente en fruit, maar het baanbrekendst zou zijn als mensen het blijven doen en het onderdeel wordt van hun routine. Dat ze denken: ‘de zon schijnt, ik ga lekker naar mijn tuintje.’

In de vierkante meterbakken in de voortuin van het Parkhuys staat van alles te groeien. Van radijs tot paksoi, uien en een hele bak vol aardappels. De zes deelnemers aan de pilot worden begeleid door een tuinder die tot oktober een teeltplan heeft uitgestippeld. Eigenlijk was er ruimte voor vijftien deelnemers, maar het werven van mensen bleek nog niet zo eenvoudig. ‘Ook dat is een leerpunt,’ zegt Veen. ‘Ik ga nu ook mensen interviewen die niet mee wilden doen, om erachter te komen wat hun beweegredenen zijn. Er was bijvoorbeeld iemand die wel wilde tuinieren, maar het niet fijn vond dat het een onderzoek is.’ Alle deelnemers blijven daarom in principe anoniem, en Rijnaarts en Veen willen dat het zoveel mogelijk een activiteit is, in plaats van een onderzoek.

Toch doen ze tussentijds wel een paar interviews en metingen. Met een apparaatje waar de deelnemers in moeten knijpen, gaat Rijnaarts binnenkort voor de tweede keer de spierkracht van de deelnemers testen. Ook komt er een testje waarbij ze zes minuten moeten lopen om te kijken of hun conditie is verbeterd. ‘De groep is te klein om statistisch iets hard te maken,’ zegt Rijnaarts, ‘maar je kan wel naar persoonlijke ontwikkeling kijken.

Aan het grotere onderzoek zullen naar verwachting 150 mensen meedoen die onder andere worden gemonitord op hun voedingsinname, beweging, vitamine D-gehalte in het bloed, lichaamssamenstelling en de sterkte van de botten. ‘We gaan enerzijds kijken naar de fysieke kant en andere kant naar de sociale kant’, vertelt Veen. ‘Is er lotgenotencontact? Neemt de kwaliteit van leven toe, zitten ze lekkerder in hun vel en neemt de eetlust toe of af?’

Veen bekijkt de plantjes in de bakken en zegt dan opgelucht: ‘Ik ben in elk geval heel blij dat het zo goed groeit. Ik dacht van tevoren: stel nou dat er niks gaat groeien? Het moet wel positief zijn voor mensen die in niet zo’n heel erg positieve situatie zitten. Het mag niet mislukken.’ Met de oogst kunnen de deelnemers straks doen wat ze willen. Dan, tegen Rijnaarts: ‘Oh ja, we moeten het nog even hebben over die kookworkshop!’

Het onderzoek Healing Gardens is onderdeel van het onderzoeksprogramma The Feeding City van AMS Institute, wetenschappelijk partner van de Flevo Campus en wordt uitgevoerd door Wageningen Universiteit in samenwerking met FlevoziekenhuisParkhuys en Aeres Hogeschool

Interview door Felicia Alberding
Alle foto’s zijn van Maarten Delobel