menu

‘Ik ben de Flevo Campus’: Wil Bekkering

Wil Bekkering is directeur van Aeres Hogeschool Almere en een van de partners van de Flevo Campus. Voor haar inspanningen om Almere internationaal op de kaart te zetten werd ze in 2015 uitgeroepen tot de ereburger door de burgemeester. Een gesprek met de energieke directeur over bovengemiddelde ambities, groen zijn en haar droomcampus.

’Deze hogeschool gedijt bij de stad en bij alle plannen van de stad’

Je moet even goed opletten als je de ingang van Aeres in het winkelcentrum van Almere zoekt. Voor je het weet stap je een roltrap eerder de feestwinkel met verkleedkostuums in of ben je er alweer voorbij. Eenmaal op de juiste roltrap maakt het behang met natuurtekeningen duidelijk op wat voor plek we zijn: een groene oase op een van de drukste plekken van de stad. De hogeschool werd zes jaar geleden geopend als nevenvestiging van de agrarische hogeschool in Dronten en groeide van 25 naar 480 studenten. Hier in Almere gaat het onderwijs over de stad in plaats van over het platteland; over regionaal voedsel, oplossingen voor voedselverspilling, klimaatverandering, de circulaire economie, duurzame bedrijfsvoering en de link tussen voeding en gezondheid.

‘Studenten, docenten en gasten ervaren deze hogeschool als een prettige leer- en werkomgeving, met een aantal unieke voorzieningen, zoals het kweeklokaal,’ vertelt Wil Bekkering als ze de school laat zien. In het kweeklokaal vlakbij de ingang experimenteren studenten biologie met natuurlijke plagen en kweken met ledlicht. Ook staan er kweekbakken op het dak van de hogeschool. Wat ze zelf prettig vindt is dat ze haar deur rustig open laten kan laten staan als ze er niet is. ‘Het type student dat hier rondloopt is over het algemeen gemotiveerd, het type dat om zijn leefomgeving en de natuur geeft.’

Na een aantal jaar in de directie van Aeres in Dronten, kreeg ze de kans om samen met collega’s een gloednieuwe hogeschoollocatie op te bouwen in Almere. Een stad die ze tot dat moment eigenlijk nauwelijks kende. ‘’Wat moet je daar nou?’ zeiden mensen in het begin’, vertelt ze. ‘Maar ik vond het fenomeen van een nieuwe stad waar nog van alles doorontwikkeld moet worden juist fascinerend. Je ziet hier achtereenvolgende visies op stadsontwikkeling. Er ligt een groot concept aan ten grondslag, dat van Garden City (een stad met meerdere kernen, veel groen waar de inwoners een directe link hebben met voedselproductie en de natuur, red). Binnen dat concept zijn bepaalde wijken in Almere-Stad misschien wat karig, maar er zijn ook geweldig mooie stukken. Neem bijvoorbeeld de pioniers in Oosterwold die experimenteren met zelfvoorzienend wonen off the grid, dat is echt een soort utopia.’ Ze woont zelf niet in Almere – maar ze wil wel dolgraag iedereen vertellen hoe boeiend het hier is.

Het lijkt wel alsof ze dat in het buitenland al veel beter snappen. Nederlandse studenten komen nog niet in grote aantallen naar Almere, terwijl groene opleidingen gericht op maatschappelijke vraagstukken landelijk wel in trek zijn. Ook komt slechts vijftien procent van de studenten uit Almere zelf. Op de hogeschoollocatie Almere lopen inmiddels studenten van twaalf verschillende nationaliteiten rond, variërend van Frans tot Maleisisch of Australisch. Dat komt deels door de partnerschappen die Bekkering sloot met buitenlandse faculteiten, onder meer met de Taiwanese stad Taichung, Osnabrück, Toronto, Bristol en de Chinese stad Shenzhen. ‘Deze steden hebben een stedelijke voedselstrategie, ze hechten waarde aan groen in de stad en willen meer circulair worden’, legt ze uit. ‘Op al die punten hebben ze bovengemiddelde ambities, net als Almere.’ De partnerschappen zijn haar te doen om interessante studentenprojecten, mogelijkheden tot het uitwisselen van onderzoek, excursies en het uitwisselen van studenten en docenten. ‘Vorige week in Bristol zei de persoon van de geografie- en stadsplanningfaculteit nog dat hij een paar jaar geleden in Almere was en het er zo fascinerend vond. Ik zoek specifiek naar partnerschappen met instellingen die wel kicken op een project als Almere en wat hier allemaal zo rondom gebeurt.’

En dat is precies waarom ze zich met de hogeschoollocatie zo thuis voelt in de stad. ‘Deze hogeschool gedijt bij de stad en bij alle plannen van de stad. Ik kan voor elke opleiding projecten vinden in de stad die aansluiten, ik hoef mijn best daar niet eens voor te doen. Neem de overtollige waterplanten in het meer, die zijn een groot probleem. Onze studenten sustainable business kunnen daar iets mee, en nu wordt er karton en papier van gemaakt. Of de Floriade, in de aanloop daar naar toe kunnen onze studenten biologie het gebied identificeren, planten rubriceren, tellingen doen van planten en dieren; alles wat erbij hoort in de aanloop naar zo’n project.’ Een verklaring voor het kleine aantal Almeerse studenten zou volgens Bekkering kunnen liggen bij het vroegere imago van de hogeschool in Dronten, die voor de naamswijziging Christelijke Agrarische Hogeschool (CAH) heette. ‘Noch christelijk, noch agrarisch moet je hier willen verkopen, dat gaat niet lukken. Ik ben blij dat we van het agrarische imago afkomen, want dat helpt niet in de stad.’ Ze heeft vertrouwen dat steeds meer studenten uit Almere en de randstad de school gaan vinden. ‘Onze opleidingen gaan over de toekomst van jonge mensen. Het duurt misschien even voordat ze ons overal kennen, maar ik heb het geduld wel hoor.’

Bekkering ziet de Flevo Campus als een belangrijke kans om zich nog steviger te nestelen in Almere en in de regio. ‘Het gedachtengoed achter de Flevo Campus is vergelijkbaar met Wetsus in Leeuwarden, de kenniscampus en praktijkwerkplaats voor innovaties op gebied van water. Daar hebben we ons door laten inspireren. Je kunt ook zonder universiteit wetenschappelijke interactie krijgen en dat model is ook hier haalbaar.’ Al in een vroeg stadium zat Bekkering vanuit Aeres groep met andere partners om tafel; de gemeente, provincie en Amsterdam Metropolitan Solutions (AMS). Vooral op het thema ‘feeding the city’ sloeg zij aan: de gemeente heeft de ambitie dat straks twintig procent van de voedselproductie uit de eigen regio komt, wil naar een zero waste-beleid en voorop lopen als het gaat om groen in de stad, gezondheid en duurzame energievoorziening. ‘Onze opleidingen gáán daarover!’, zegt ze enthousiast. ‘Wij hebben de opleidingen en het onderzoek dat aansluit bij het thema feeding the city.’

Ze legt meerdere keren de nadruk op hoe klein de hogeschool is en hoe cruciaal samenwerken daarom is. Of het nou met bedrijven of gemeentelijke instanties in Almere is, of met een universiteit in Taichung. ‘Ik wil gewoon graag in brandpunt van wetenschappelijke interactie zitten, en met deze relatieve kleine hogeschool een functie te hebben voor de stad en de regio.’

Hoe ziet de ideale Flevo Campus er voor haar uit? ‘Om te beginnen hoop ik dat er reuring ontstaat en dat bedrijven met interessante onderzoeksvragen naar de campus komen. Op mijn beurt kan ik dan weer tegen studenten zeggen: joh, als je hier komt is er een prachtige praktijkwerkplaats die jou in je professionele ontwikkeling  kan helpen.’ Als het aan Bekkering ligt, komt er op de locatie van de Flevo Campus ook een fysieke plek voor de hogeschool. ‘Omdat het terrein een blijvend nieuw stadsdeel van Almere zal zijn en wordt ontwikkeld volgens nieuwste inzichten van groene stedelijke ontwikkeling, kan het zeer boeiend zijn om ons daar permanent te vestigen. Bovendien verblijven we nu in een huurpand.’ Ze denkt aan een opvallend gebouw met bijzondere vormen van vertical farming en misschien wel ontworpen volgens de principes van biomimicry, een manier van bouwen die oplossingen uit de natuur imiteert. Studenten krijgen vanzelfsprekend ook een rol bij de bouw. ‘Die kunnen vooronderzoek doen naar interne beplanting, of systemen bedenken voor het sluiten van de waterkringloop.’

Of haar droomcampus het redt, hangt van verschillende dingen af. Er moet natuurlijk budget komen, maar er zijn ook fysieke randvoorwaarden, zoals een brug over het water en een frequente busverbinding. Bereikbaarheid is belangrijk voor de hogeschool, die nu op loopafstand van het station ligt. Studentenhuisvesting is ook zo’n ding waar Bekkering zich mee bezig houdt. Wie internationale studenten binnenhaalt, moet voor huisvesting zorgen. En als studentenstad kan Almere nog een grote slag maken, denkt ze. ‘Het zal goed zijn als het studentenleven nog meer op gang komt hier.’ Haar hoop voor de korte termijn is gevestigd op een leegstaand pand vlakbij het gemeentehuis waar na een vrij lange periode van onderzoek en besluitvorming nu de stap naar transformatie voor studentenhuisvesting is gezet. Bekkering is daar erg blij mee.

‘Ik heb in mijn baan steeds nieuwe taken en aandachtsgebieden gekregen, maar dit is veruit het meest uitdagende. Hier sta ik bij wijze van spreken het ene moment met een doekje in de keuken en het andere moment probeer ik een externe partij te interesseren voor het opzetten van een lectoraat. Dat doekje vind ik dan net iets minder interessant [lacht], maar ik hou ervan om mijn mouwen op te stropen, creatief te zijn en constant te zoeken naar kansen en samenwerkingen.’

De opleidingen die de hogeschool aanbiedt en de ambities die Bekkering met de school heeft, komen grotendeels voort uit persoonlijke overtuiging. Het op de kaart zetten van Aeres is belangrijk, maar er is een groter doel. ‘Steden groeien, de bevolking neemt toe; ik zie de transitie naar een groene levensstijl als de enige manier om wereld in stand te houden. Zelf eet ik geen vlees, en heb ik zonnepanelen en ledlampen. Ik ben geen evangelist maar ik kan me niet voorstellen dat je niet nadenkt over toekomst van de wereld en hoe je die wereld leefbaar houdt.’ Ze woonde een aantal jaar met haar partner in Mozambique, een periode die haar wereldbeeld ingrijpend veranderde. ‘Daar kom je wel weg bij concepten als materialisme, veel geld en grote auto’s. Als je weet wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt, leer je relativeren.’

Interview door Felicia Alberding
Alle foto’s zijn van Maarten Delobel